Wat is jouw antwoord op deze vraag? Droom je wel eens? Dromen, fantaseren, zoals je dat vroeger als kind deed? Jij zou later brandweerman worden die iedereen kwam redden. Jij zou stewardess worden in het duurste en mooiste vliegtuig van de wereld. Of een wereldster die voor een uitzinnig publiek zou optreden! Misschien heb je nu een lach op je gezicht. En is dat omdat het niet helemaal is geworden wat je als kind voor ogen had… Als kind kon je lekker wegdromen, er was geen grens, er was namelijk nog geen criticus in jou die je dromen uiteen liet spatten. Als volwassene met al je ervaring ken je de grenzen en de te nemen hobbels maar al te goed. Als je bijvoorbeeld droomt om het roer om te gooien in je werk, dan komt het stemmetje in jou je snel weer uit de droom helpen. Het stemmetje dat zegt dat je “niet goed genoeg bent”, “te oud bent”, “teveel financiële verplichtingen hebt”. Je droom realiseren lijkt onmogelijk. Dat is de criticus in jou. En wat is realistisch? Ben je echt niet goed genoeg? Ben je werkelijk te oud? En is er financieel helemaal niks mogelijk? Wij als volwassenen denken de realiteit te kennen. Wij durven amper nog te dromen. Weet je het nog? Het gevoel dat je als kind had, in jouw wereld waarin alles mogelijk leek. Hoe zou jouw leven eruit zien als jij durfde te dromen als een kind? Zonder die beperkende overtuigingen (het stemmetje)? Probeer het gewoon, droom! Grote dromen! Durf jij het nog?