Een meisje van 10 jaar komt met haar moeder naar mijn praktijk. Het meisje heeft last van angst, ze is bang voor kikkers. Haar ouders proberen haar gerust te stellen door dingen te zeggen als: “Hoe groot is de kans dat je een kikker tegenkomt? Er zijn in dit dorp toch bijna geen kikkers?”. Ze blijft bang, zelfs zo erg dat het haar leven beheerst. Ze staat er mee op en gaat ermee naar bed. Het is vooral de angst om een kikker tegen te komen.

Is het relevant of deze angst reëel is? Nee! Deze angst laat zich niet wegjagen door lieve, geruststellende woorden van ouders. Wat wel relevant is, dat ze er heel veel last van heeft en er zo onder lijdt dat ze bijna niet meer naar school durft. Het meisje vertelt mij haar verhaal en ze is blij dat haar verhaal serieus wordt genomen.

Voor mij als coach is het helemaal niet relevant of iemand een angst heeft die reëel is. Het enige dat telt is dat iemand, in dit geval het meisje, er last van heeft en er zelfs onder lijdt. De ouders hadden gelezen over EMDR en willen graag dat hun dochter deze vorm van therapie ondergaat. EMDR werkt bij elke vorm van angst, dus ook bij angst voor kikkers. Na een inleidend gesprekje en uitleg over de EMDR-lamp gaan we beginnen. “Stel je voor dat ik nu een kikker uit de tuin haal en hier neerzet”, zeg ik tegen het meisje.

Ze raakt in paniek, ik start de lamp en ze volgt met haar ogen de lamp die van links naar rechts gaat, vanuit de koptelefoon klinken piepjes en in haar handen heeft ze blokjes die trillen. De paniek neemt meteen af, de angst gaat uit haar lichaam. We gaan door tot ze geen angst meer voelt. Dan confronteer ik haar met een kikkervideo die ik vooraf heb klaargezet op de laptop. Ze schrikt nog wel een beetje. Weer starten we de lamp en ze volgt met haar ogen.

De angst neemt hier ook snel af.

Alle triggers die ik kan bedenken worden ingezet, totdat ze opeens zegt: “wat heeft die kikker eigenlijk grappige pootjes…”.