Een stoere man zit tegenover mij in mijn praktijk, hij vertelt dat het een wonder is dat hij bij mij op de bank zit. Nooit eerder in zijn leven heeft hij hulp gevraagd voor iets wat met psychische dingen te maken heeft. Hij vond dat eerder maar flauwekul. Mensen keken in zijn ogen teveel naar het verleden. “Wat heb je eraan? Je moet dóór en je richten op de toekomst” zegt hij. Een instelling waarvan je zou willen dat iedereen die had, al heeft het een kanttekening. En het is net díe kanttekening die deze ruwe bolster zelf heeft ervaren. Hij vertelt zijn verhaal.

Op een mooie dag is hij met een stel vrienden aan het toeren op de motor. Angst kent hij niet (of ‘kende’ moet ik zeggen) tot afgelopen zomer. Hij reed op zijn motor en verloor de macht over het stuur. De motor begon te slingeren en hij kon ‘m nog net op de weg houden. Later die dag lachten hij en zijn vrienden hard om zijn “kunsten” van eerder die dag. Hij voelde diep van binnen wel dat het grappig uitziende tafereel wel wat impact had. Hij was namelijk overtuigd dat hij de motor níet onder controle ging houden en zag zichzelf over het asfalt glijden en tegen de vangrail klappen.

Precies dat beeld komt ’s nachts in zijn dromen terug. Badend in het zweet wordt hij wakker, voelt doodsangst, terwijl de val niet heeft plaatsgevonden. En nu zit hij hier op de bank. Overtuigd dat er iets moet gebeuren en vol vertrouwen in EMDR omdat een vriend er ook veel baat bij heeft gehad. Na ons intakegesprek gaat mijn cliënt voor de EMDR lamp zitten, hij gaat in gedachten terug naar de bijna-val en voelt de spanning toenemen.

Terwijl hij met zijn ogen het lampje volgt dat heen en weer beweegt, voelt hij de spanning afnemen. Elke keer als mijn cliënt terugdenkt aan het bewuste moment, ervaart hij minder spanning. We gaan door tot er geen spanning meer wordt ervaren.

“Het is raar, het is weg” zegt hij blij.

Gisteren ontving ik een appje: geen nare dromen meer gehad en alweer lekker wezen toeren!