Een vrouw komt naar de praktijk, ze slaapt slecht vertelt ze. En omdat ze slecht slaapt is ze overdag moe en prikkelbaar. Ik vraag haar wat ervoor zorgt dat ze slecht slaapt. Ze vertelt dat ze de hele nacht ligt te malen of piekeren, hoe je het maar wilt noemen. Ze komt er niet los van. Waar pieker je over? “Mijn zoon gaat dit jaar voor het eerst alleen met vrienden op vakantie en ik zie het helemaal voor mij: mijn lieve jongen elke dag dronken lallend door de straten van Lloret de Mar, hij gaat drugs gebruiken en raakt betrokken bij een knokpartij en als hij terugkomt zal hij ons vertellen dat wij opa en oma worden.”
Ze lacht als een boer met kiespijn, ze kan rationeel wel een beetje bedenken dat het misschien wel wat zal meevallen, maar haar lijf zegt heel iets anders. Het geeft spanning, het beheerst haar leven momenteel. Het erge is, sinds de vakantie (2 maanden geleden) is geboekt, is er geen nacht meer geweest dat ze lekker ontspannen in slaap viel. “Ik wil zo’n moeder worden die dat gewoon los kan laten” zegt ze.
“Dat doe je door nog meer te gaan piekeren” zeg ik. Ze kijkt alsof ze water ziet branden. “Zodra hij op vakantie gaat ga je nog meer piekeren en nog meer scenario’s in je hoofd halen dan je de afgelopen maanden hebt gedaan. Er is namelijk nog veel meer dat mis kan gaan tijdens de vakantie van je zoon. Er zwemt misschien wel een haai in de zee! Wie zal het zeggen. En hoe meer jij piekert, hoe meer jij kunt voorkomen dat het misgaat. Toch? Dus goed je best doen” zeg ik met een quasi serieuze stem.
“Huh?” zegt ze. Ze kijkt mij verbaasd en licht geïrriteerd aan en zegt dan de magische woorden: “Maar met piekeren kan ik toch helemaal niet voorkomen dat er iets met hem gebeurt?” Deze door haarzelf verworven wijsheid heeft ze mee naar huis genomen, mee haar bed in, mee de nacht in. Ze slaapt weer als vanouds en heeft losgelaten waar ze toch geen invloed op heeft.