Ze komt binnen en steekt meteen van wal. De laatste tijd is ze niet te genieten, zegt ze. Ze is te vaak boos en irriteert zich aan “alles”. En het ergste vindt ze haar boosheid, boosheid waarin ze de controle over zichzelf kwijtraakt. Ze heeft laatst zelfs een vaas kapot gegooid.
Een rustige, vriendelijk ogende vrouw zit bij mij op de bank. Ze weet het even niet, begrijpt niets van haarzelf en haar gedrag. “Hoe was het vroeger?” vraag ik haar. Ze kijkt verbaasd. “Wat deed je vroeger als je iets duidelijk wilde maken aan een ander?” Ze vertelt dat ze drie broers heeft en zij als meisje vaak moest opboksen tegen de sterke mening van de heren. Het had geen zin om in gesprek te gaan.

Eerst probeerde ze het met woorden op te lossen maar de enige manier om gehoord te worden was door boos te worden, heel erg boos. Pas dan wisten de broers: nu is het menens en werd er geluisterd. Ze nam een strategie aan die haar snel naar haar doel bracht. De strategie van boos worden om iets gedaan te krijgen.
“Hoe doe je dat als volwassen vrouw?” vraag ik. “Tja, eigenlijk net zo. Als ik iets wil en mijn partner is het even niet met mij eens, dan word ik snel heel boos. Zo kan het zijn dat ons gesprek al binnen een paar minuten escaleert en mijn extreme boosheid bovenkomt. En dat terwijl ik helemaal niet zo ben!”

Mijn cliënt past de manier die vroeger voor haar werkte toe op het heden. Onbewust denkt ze dat overleggen geen effect zal hebben en ze meteen haar troef inzet om gehoord te worden. Ze begrijpt nu wat er gebeurt en waarom ze dit gedrag vertoont. Met dit inzicht kan ze besluiten om het vanaf nu anders te doen. Ze weet wat haar te doen staat.

Haar partner is niet haar broer en zij is geen jong meisje meer maar een volwassen vrouw.
Een vrouw die met woorden haar mannetje kan staan.

Daar zijn geen scherven voor nodig.