Een cliënte van een jaar of veertig komt voor het eerst naar mijn praktijk. Ze is moe. Moe van zichzelf eigenlijk. Ze voelt zich vaak minder dan een ander en vindt dat het tijd wordt om daaraan te werken. Op mijn vraag wat haar beeld is van die ander, zegt ze: “andere mensen zijn zelfverzekerd, succesvol, mooi, trekken zich niets aan van de mening van anderen en zijn ontspannen.” Precies dát is wat mijn cliënte niet is. Althans, dat vindt ze zelf. Ik stel haar een aantal vragen. “Kun je wat specifieker zijn in wie die anderen zijn? Wie heb je in gedachten als het gaat om alle eigenschappen die je benoemt?”

Mijn cliënte denkt diep na. Een antwoord blijft uit.
Want die mooie buurvrouw? Daarvan weet ze dat zij best veel stress ervaart. En die succesvolle man die mijn cliënte in gedachten heeft? Zijn vrouw is ernstig ziek.
Op het moment dat het besef komt dat zij eigenlijk niemand specifiek kan benoemen, zie ik mijn cliënte ontspannen. “Wat gebeurt er?” vraag ik.
“Ik merk dat ik een soort ideaalplaatje in mijn hoofd heb bedacht waaraan ik zelf wil voldoen. Maar ik heb in mijn leven nog nooit iemand ontmoet die daaraan voldoet”.

Deze bewustwording neemt ze mee, om er eens rustig over na te denken.
Mijn volgende vraag is: “heb je een idee waar dit vandaan komt?”

De druk die ze voelt, komt vooral van vader en vaderskant. Zijn oordeel was hard. Je moest wel wat zijn in het leven. Succes was daarvan het bewijs. Haar moeder vond vooral dat je er mooi moest uitzien: slank en netjes gekleed. De zin ‘Wat zullen anderen wel niet denken?’ werd in het gezin vaak hardop uitgesproken.

Die zin is blijven hangen in het hoofd van mijn cliënte.
Wij zijn in ons leven vaak (onbewust) voortdurend bezig met te doen wat er van ons wordt verwacht. Door onze ouders en voorouders. Door de stemmen uit ons verleden.
Mijn cliënte mag gaan ontdekken wie ze écht wil zijn, wat van háár is en wat de stemmetjes uit het verleden zijn.

Het wordt een mooie ontdekkingsreis. Op zoek naar de perfecte zelf…